Notitie voor: Geraert Jelisz Grandia

22-5-1745: Wij, Staas van Bijsterveld en Arien van Dalen, Schepenen in den Ed. Hoogen Geregte van Zuylichem, tuygen dat voor ons gecompareert sijn,
- Jan van der Meyden en Jenneke van der Salm, echteluyden,
- Jacob van der Meijden, voor sig selve en sig mede sterk makende voor
- sijn broeder Adriaen van der Meyden,
- Jacob Pluym en Jacoba van der Meyden, echtelieden,
- Jacob van der Lee, als vader en vooght van sijn onmondige kinderen bij Huybertje van der Meyden in echte verwekt,
- Cataleyn van der Meyden als moeder en voogdesse van haare onmondige kinderen, in echte verwekt bij Peter Tonisse Coijman, en
- Gerit Grandia en Neesken van der Meyden, echtelieden, item
- Gijsbertje van der Meyden,
en hebben voor eene s[omm]a van een honderd en veertien gulden, waar van sij comparanten bekende voldaan en betaald te sijn, gecedeert en getransporteert aan Emmeke van der Meyden, onse mede zuster, in eenen eigendom erffelijk te hebben en te besitten twee morgen weyland agter de wetering in de Heerlijckheyd Brakel gelegen, alwaar ten oosten naast geland de voors. comparanten, west den Heer van Brakel, zuyden Ghijsbertje van der Meyden voorss., noorden de vliet, ofte wie ok, sijnde het voors. land, dijk, thijns en erfpagt vrij, uytgenoomen den gemeynen lands dijk. Gelovende sij comparanten het voors. land te suyveren van alle lasten die geset en genaamd sijn, en waarschap ten landregten, in oirconde onze letteren gegeven int jaar onses Heeren duijsend seven honderd vijff en veertig, den twee en twintigste mey.