Notitie voor: Johan II van Avesnes
Na het uitsterven van het Hollandse Huis door de onverwachte dood van de kinderloze, jonge graaf Jan I (de enig overgebleven zoon van graaf Floris V) in 1299 kwamen de graafschappen Holland en Zeeland onder beheer van een buitenlandse dynastie.
Jan van Avesnes, later graaf Jan II was de zoon van Aleid van Holland (1231-1284), de zuster van graaf en rooms-koning Willem II (1227-1256, vader van Floris V).
Hij was de enige mannelijke erfgenaam voor het graafschap.
Zijn vader was titulair graaf van Henegouwen, al werd hij dat in de praktijk nooit. Jan wel.
Na de dood van zijn grootmoeder gravin Margaretha van Vlaanderen, die Henegouwen onder zich had gehouden, kon hij zich in 1280, na een langdurige strijd met het Vlaamse gravenhuis, zelf graaf noemen.
Jan van Avesnes werd opgevoed in Henegouwen en hoewel zijn moeder Hollands was, zal die opvoeding voornamelijk Franstalig zijn geweest.
Toen Aleid na 1258 voogdes werd voor haar neefje Floris V was hij, samen met zijn wat jongere broer Boudewijn, al begonnen aan zijn opleiding tot ridder.
Die opleiding vond eveneens plaats in dat zuidelijke graafschap.
Hun jongere broers Burchard, Gwijde, Willem en Floris en zusje Johanna zullen met hun moeder zijn meegegaan.
Zij zorgde ervoor dat de Hollandse Floris Frans en zijn Henegouwse neefjes Hollands leerden.
Gwijde, die tot priester opgeleid werd in Luik, dat deels Vlaamstalig was, fungeerde vlak na Jans aankomst in Holland waarschijnlijk als zijn tolk.
De onderdanen moesten wennen aan de buitenlandse vorst.
Hij kwam uit een andere omgeving, had waarschijnlijk andere gewoonten en zal een aantal hovelingen en bedienden hebben meegebracht die net als hij de taal hier nog niet kenden.
De krachtige aanpak van Jan II, nog tijdens zijn voogdij over Jan I tot 1299 en als graaf vóór 1303, bij de aanvallen die van alle kanten op Holland en Zeeland plaatsvonden, leverde hem goodwill op.