Notitie voor: Aalbert Theunisz van Glashorst

In 1626 wordt Aelbert Toenisz Glashorst beleend door opdracht van Wilhem Janssen Wolffswinckel met een hofstede op Glashorst.
In 1626 wordt Aelbert Toenisz beleend na dode van zijn vader Anthonis Aelbertsz met Glashorst volgens lijftocht tussen Anthonis Aelbertsz en Cunera Goirts 27-01-1613. Dubbel heergewaad.
Van 1626-1652 wordt Aelbert Toenisz van Glashorst genoemd als leenman van Huis Scherpenzeel.
In 1627 wordt Aelbert Toenisz van Glashorst beleend door opdracht van Melchior Jansz, schout en Cornelis Wilhemsz, ooms en mombers van de onmondige kinderen van zal. Marten Jansz, schout x Aeltgen Wilhemsdr, momber (van Aeltje): Jan Arrisz met een stuck boulantz ende velts, groot omtrent vier mergen mit het houtgewasch daerom staende ende anderen sijnen rechten ende toebehoren, nietz uijtgesondert, affgedeilt vande helfte van den leengoede Roijwinckel; oost: Jan Cornelisz, zuid: Roijwinckel, west: Ebbenhorst, noord: Heintgenscamp.
In 1627 wordt Aelbert Anthonisz van Glashorst beleend door opdracht van Jan Arrisz met de Haverkamp, het veentje en heetveld in Ruwinkel. En met twee stukken land “het eene stuck genoempt het Hoge Stuck ende het andere die Lange Camp mit sampt den wech opstreckende van Gijsbert Brantsz aen het meentvelt, als oock heijde ende weijde, hooch ende leech, wilt ende tam”; oost: het meentveld, zuid en west: Gijsbert Brantszcamp, noord: het Crommestuck. Omdat dit oorspronkelijk twee lenen zijn moet een dubbel heergewaad betaald worden.
In 1630 wordt Aelbert Anthoenissen van Glashorst beleend door opdracht van Gertgen Gijesberts, weduwe van Derck Jordensen, momber Robbert Anthoenissen, met een stuk bouwland van Roijwinckel genaamd het Cromstuck, dat Evert Jansz van zal. Marten Jans van Wolfswinckel, schout en Melchior Jans had gekocht, met de overeenkomst van 05-07-1625 (recht van overpad).
In 1632 eist Aelbert Anthonisz van Glashorst betaling van rogge van Gijsbert Jansz Bosch.
In 1632 wordt Anderies van Overeem beleend door opdracht van Aelbert Tuenissen van Glashoerst met een stuk bouwland, vier morgen groot, met een stuk land genaamd Haevercamp met het veentje en heetveld op 12-03-1624 gekocht van zal. Derck Jordensen, behorende onder de enen helft van Roijwinckel; oost: Heintgencamp, zuid: het Crommestuck, west: Ebbenhoerst, noord: Hijntgenscamp. Nog een stuk land genaamd Croemmestuck met een uitweg over het land dat Evert Jansen gekocht heeft van Roijwinckel. Nog twee stukken land van Roijwinckel genaamd het Hoege stuck en de Legge camp met de weg vanaf Gijsbert Brantsen tot aan het meentveld; oost: het meenfelt, zuid en west: Gijsbert Brantsens campen, noord: het Croemestuck. Omdat het vier lenen betreft moeten vier heergewaden betaald worden.
In 1635 eist Willem Jansz Heijngenscamp betaling van f 200,= van zijn zwager Aelbert Antonisz Glashorst (x Anna Jans) van een haver­kamp en zijn deel van Roijwinckel uit zijn zal. vaders goed.
In 1636 eist Aelbert Thonisz Glashorst eist betaling van f 100,= pacht van Willem Jansz, op Heijntgenscamp.
In 1641, 1643 en 1651 wordt Aelbert Thonisz Glashorst genoemd als schepen van Scherpenzeel.
In 1642 voert Aelbert Thonisz Glashorst proces tegen Maeijtgen Jans x Willem Roeloffsz.
In 1645 eist de schout een boete van Aelbert Anthonisz Glashorst wegens vechten met Jan Cornelisz, molenaar.
In 1661 eist Melchior van Wolfswinckel, schout van Cornelis Colaesz, eekmole­naar uit Amersfoort, borg: Aelbert Anthonisz Glashorst, uit­voering van vonnis van Hof van Gelderland.
In 1662 draagt Aelbert Thonissen op Glashorst 7 ˝ gl. bij tot de reparatie van het leidak van de kerk van Scherpenzeel.
In 1663 schenken Geertien en Jannetien, dochters en Antoni, zoon van Aelbert Teunissen Glashorst geld voor een kroonluchter voor de kerk.