Notitie voor: Anthonis Hendricksen van Glashorst

In 1485 wordt Aelbert Dier Willemsz, namens het Regulierenklooster buiten Amersfoort beleend door opdracht van Tonis van Glashorst x Geertruut met een rente van 15 goede gouden kormerster Rijns guldens uit Glashorst, belast met een jaarlijkse tins van een "alt cloicker". Tonis moet bovendien 38 gulden schuld aflossen.
In 1485 verklaart Aelbert Dier, namens de heren in de Birct dat Tonis van Glashorst de bovenstaande rente mag aflossen met 300 goede enkel gouden aulensche kormerster Rijns guldens. Geroyeerd z.j.
In 1486 wordt Thonis van Glashorst genoemd als schepen van Woudenberg.
In 1486 wordt Gisbert Voet namens het onze lieven Vrouwen en St. Barbara in de kerk van Scherpenzeel beleend door opdracht van Anthonis van Glashorst x Geertrut met een jaarlijkse rente van zes Rijnse guldens en een half molder raapzaad, Amersfoortse maat, uit Glashorst.
In 1486 verklaart Gisbert Voet namens het onze lieven Vrouwen en St. Barbara in de kerk van Scherpenzeel dat Tonis van Glashorst de rente van zes Rijnse guldens mag aflossen, behalve de halve molder raapzaad, die blijft voor altijd voor de kerk van Scherpenzeel.
In 1491 wordt Anthonis van Glasshorst beleend door opdracht van Lijsbeth Henricksdochter van Glashorst x Adriaen Johan Evertsz met de helft van een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glasshorst.
In 1491 wordt Arnt Moeij beleend door opdracht van Anthonis van Glashorst x Gertruijt en zijn zuster Bette van Glashorst x Peter van Westerbeeck met Glashorst. Voorts wordt hij beleend met de zes Rijns guldens voor de kerk van Scherpenzeel en de 15 Rijnse guldens voor de heren bij de Birckt. Belast met een schepel rogge en een halve mud raapzaad voor de kerk (Leenboek Huis Scherpenzeel.
In 1491 wordt Arnt Moeij beleend door opdracht van Anthonis van Glasshorst x Geertruij, die gekomen waren van het kindsdeel van Lijsbeth Henrickxdochter van Glashorst x Adriaen Jan Evertsz met de helft van een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glasshorst.