Notitie voor: Antonie Schimmel

Met attestatie vertrokken naar Lunteren dec. 1915.
Boerderij "de Kuit" of "de Keut" maakte deel uit van het buurtschap Nederwoud, aan de zuidzijde van de Postweg van Nederwoud naar Walderveen.
Op 14 april 1925 wordt deze boerderij gekocht van zijn vader voor een prijs van fl. 7.750,- (Notaris R. Dinger te Lunteren).
De boerenhofstede "de Kuit" in het Walderveen onder Lunteren, bestaande in huis, schuur, bakhuis, bergen, erf, tuin, bouwland, weiland en houtgewas, samen groot vier hectaren vijftien aren vijftig centiaren.
Vertrokken naar Scherpenzeel, met attestatie van Renswoude 04-04-1939, de boerderij blijft echter zijn eigendom. Op 4 september 1937 kochten vier boeren het "landgoed Gooswilligen".
Het begin van de ontginning van dit gebied.
Op die bewuste dag kwamen de vier boeren bijeen bij notaris A.J. Bok in Barneveld. Samen kochten ze Gooswilligen van Clara Betty von Hunteln, weduwe van Eduard Adolph Lehman uit Amsterdam, voor fl 80.500,=. Lehman had het sinds 1919 in zijn bezit. Gooswilligen bestond toen uit vier landbouwerswoningen, met verdere getimmerte, erven en tuinen, gras- en bouwland, heidegronden, houtgewassen en weg, groot 124.04.70 ha.
De vier boeren waren:
1. Willem Gijsbert van de Fliert Janszoon, pluimveehouder op Jagersveld onder Ede en
2. Willem Gijsbert van de Fliert Franszoon, pluimveehouder op Zeldenrust onder Renswoude.
3. Hendrik Brons Heimenszoon, landbouwer op Gooswilligen onder Scherpenzeel.
4. Wijnand Veldhuizen Wijnandszoon, landbouwer op Veenschoten onder Scherpenzeel.
Er zal een nieuwe weg met sloten van 10 meter breed aangelegd worden voor gezamenlijke rekening. De lengte van de weg was 1725 meter.
Groot Gooswilligen was verhuurd aan Hendrik Brons voor fl 500,= per jaar.
Klein Gooswilligen, Donkelaar en de Pinkenweide waren verhuurd aan JanTeunissen voor f 550,= per jaar.
Oud Gooswilligen was verhuurd aan Evert Jan van Ginkel voor fl 250,= per jaar.
De jacht werd verhuurd aan J.H. Engelkens voor fl 1,= per hectare per jaar.
Op de nieuw ontgonnen grond werden enkele nieuwe boerderijen gesticht.
J(ob) van de Hoef was één van de boeren die op zo' n boerderij kwam; hier volgt zijn verhaal:
De buurtschap Gooswilligen is al heel oud. In heel oude stukken uit de 13e en 15e eeuw werd al over Gooswilligen (Goitswillige) geschreven.
In 1937-1938 was het nog overwegend bos, hei en waterpoelen. Vier boerderijen, boerderijtjes waren er toen: Groot Gooswilligen met de fam. Hendrik Brons; Klein Gooswilligen met de fam. J. Teunissen, daarachter een boerderijtje op het terrein van Donkelaar en de zogenaamde Pinkenwei en aan de andere kant een boerderijtje van E. van Ginkel.
Op een oude kaart kun je nog zien dat er een pad was vanaf Van Ginkel naar Klein Gooswilligen. Dat vind je later soms terug. In 1957, met een hele droge zomer, kon ik het pad door het weiland nog terugvinden.
In 1937 was Gooswilligen eigendom van de fam. Lehman uit Amsterdam. Het is op 4 september 1937 verkocht voor 80.500 gulden aan Hendrik Brons, Wijnand Veldhuizen, W.G. van de Fliert uit Ede en W.G. van de Fliert uit Renswoude. Brons en Veldhuizen verkochten 4 hectare aan Willem van de Fliert, later Veelust. Er bleef nog 120 hectare over.
De Ned. Heidemaatschappij heeft toen middendoor een weg geprojecteerd en alles ontgonnen. Evert van de Pol, een knecht van Jan Willem v.d. Brink, is daar maanden en maanden bezig geweest met tractor met ijzeren wielen en ploeg. De Heidemaatschappij heeft later met kipkarren en rails de rest gedaan.
Onderwijl hadden de kopers het verdeeld. Brons en Veldhuizen kregen de noordzijde en de Van de Flierten de zuidzijde.
Brons kocht de boerderij Groot Gooswilligen en Veldhuizen de boerderij van Van Ginkel. Veldhuizen verkocht er op 7 september 1937 12 hectare aan zijn oom Anton Schimmel. Die kreeg toen het boerderijtje van Evert van Ginkel. Dat was oud en klein en daarom bouwde hij op het voorste stuk een nieuwe boerderij.
Veldhuizen bouwde ook een nieuwe boerderij op 16 hectare; Schimmel op 12 hectare. Brons hield 32 hectare over, maar na een precieze meting moest hij 2 hectare afstaan aan de Van de Flierten.
Zo kwam medio 1938-1939 vooraan Hendrik Brons & Neeltje Bieshaar, in het midden Wijnand Veldhuizen & Maagje Brons (dochter van Hendrik Brons) en achteraan Antonie Schimmel & Maria van de Glind en was de noordkant van Gooswilligen bewoond.
In de loop der jaren is daar wel enige verandering in gekomen.
Zoon Jan van Hendrik Brons is eerst getrouwd en er kwam een nieuwe boerderij op het perceel tegen Wijnand Veldhuizen, groot 8 hectare. Jan trouwde met Gijsje Duinkerken uit Hoevelaken. Heimen, oudste zoon van Hendrik Brons, werd dominee. Die kwam volgens zijn vader het goedkoopste klaar. Zoon Henk trouwde met Berta van Ginkel van Oudenhorst. Zij kwamen op een boerderij aan de straatweg, groot 4 hectare. Zoon Wim emigreerde naar Amerika en Geurt kwam op de oude boerderij. De meisjes Berdien en Jans vonden hun eigen weg.
Wijnand en Maagje kregen twee dochters: Nelie en Evelien.
Anton Schimmel boerde op de nieuwe plaats en het oude huis werd veeschuur. Daar werd later een nieuw huis bijgebouwd voor Jan en Jacco van de Hee. Schimmel en de vrouw verhuisde naar het dorp en zoon Jacob met Teuni Zandsteeg uit het Woud boerden verder. Twee dochters, Geertje en Heintje, trouwden en vonden hun eigen weg.
Dit is ongeveer het reilen en zeilen van de noordzijde van Gooswilligen. De weg was eigen weg en er werden perenbomen gepoot, alleen aan de noordkant. Die waren eigendom van diegene, zover zijn grond aan de weg lag. Kweker van Eldik uit de Betuwe heeft ze geleverd en gepoot. De zandweg is in de oorlog verhard met steenpuin van de kapot geschoten huizen van Scherpenzeel. Alle boeren hebben met wagen en kar dagen gereden. De weg is toen voor de prijs van één gulden overgedragen aan de gemeente Scherpenzeel.
We gaan nu naar de zuidzijde.
Daar zijn langs de weg drie nieuwe boerderijen gebouwd. In 1937 en 1938 de boerderij van Geurt van Kampen en Dien Bouw.
Daarnaast aan de straat die van Gijp van Bennekom en Alie Veldhuizen.
In 1938 en 1939, langs de weg: de boerderij van Peter van Grootheest en Mien van Steenbergen en daarachter Job v.d. Hoef en Gerrie Top.
Achter Van Bennekom stond de oude boerderij van Jacob Rauw en Reina Dikkenberg en daarachter Jan Vlastuin en Jans van Bennekom. Dat waren de eerste bewoners van Gooswilligen-zuid.
De Van de Flierten hadden inmiddels een keuze gemaakt. De boerderij van Van Kampen en Van de Hoef en Rauw werden van Van de Fliert uit Ede en de boerderijen van Van Bennekom, Van Grootheest en Vlastuin van Van de Fliert uit Renswoude.
Het grootste gedeelte van Gooswilligen was ontginning van bos, heide en poelen. Bij de oude boerderijen was wel cultuurgrond. Ontginningsgrond moest eerst wel iets extra hebben. Veel kalk, kiseriet en magnesium.
Toen ze met de laatste boerderij aan het schilderen waren vroeg een landloper: Wat komt hier? Waarop de schilder zei: Een paar jonge mensen. Zijn antwoord was: De eerste gaan failliet, de tweede zullen het net halen en de derden worden rijk. Maar het was gelukkig een profeet die alleen brood eet en het ook niet weet. De oorlogsjaren zijn ze allemaal goed doorgekomen met veel evacues en onderduikers.
Alle bedrijven waren gemengde bedrijven met koeien, varkens en kippen. Heel veel kippen, vermeerderingsbedrijven en bouwland. Gooswilligen was een hechte gemeenschap met, als het nodig was, altijd nabuurhulp! Antonie was ouderling in de Ned. Herv. Kerk van Scherpenzeel van 1942 tot 1953, meerdere periodes. In 1951verhuizen Antonie en Maria naar een woning aan de Dorpsstraat 88 te Scherpenzeel.
Later verhuisden zij naar een woning aan het Oosteinde 6 te Scherpenzeel (voorheen Rijkstraatweg te Renswoude).