Notitie voor: Maes Evertsen van Velthuijsen
Hij was pachter van "Velt Huys" in de buurtschap Veldhuysen onder Ede.
De tachtigjarige oorlog woedde in deze streken in alle hevigheid. Bijna de gehele Veluwe werd verwoest. De jaren na 1581 zijn voor de Edese bevolking wellicht de zwaarste geweest die ze ooit te verduren heeft gehad. In 1581 naderde een Spaanse strafexpeditie het dorp om de inwoners te straffen voor hun ketterijen. Alles wat vluchten kon vluchtte naar het westen. Eerbied voor de vrijheid die het Kerkhof eerder bood kenden de Spanjaarden niet. Vele boeren keerden nooit meer terug, waar ze zijn gebleven is niet bekend. Wat in die tijd van het dorp overgebleven was, zal niet veel bijzonders geweest zijn. Geplunderd en geroofd werd er verschrikkelijk, geen akker werd er dat jaar verbouwd, geen verbrand huis hersteld.
Waren de Spaanse benden niet op expeditie, maar alleen in hun kwartieren op de Veluwe in garnizoen, dan hadden de boeren toch nog veel van hen te lijden. De soldaten roofden naar hartenlust en ook de aanvoerders eisten vaak een hoge "bijdrage" van de boeren.
Zelfs toen in 1589 Gelderland de zijde van de prins had gekozen klaagden de Staten dat "onze krijgslieden zich aanstelden, alsof het land hun tot een roof was gegeven en zij soldij trokken om het land te verwoesten en de onderdanen te kwellen en alles tot uiterste ruïne te brengen, erger dan de vijand zelf".
Het klaaglied van de Hollandse boeren was ook dat van de Veluwe:
De Spanjaard wil ons henken (hangen), als wij den Geus bijstaan
De Geus wil ons krenken, als wij bij de Spanjaarden gaan.
Wij hebben aan geen kanten vreê
Wij zouden wel gaarne houden stee
En melken onze koe
Den boer, de boer, den schamelen boer,
Dat krijgen is hij moe
Ons huizen men afbranden
Al boven onze hoofd
Wij verliezen geld en panden
Wij worden heel beroofd
Och, mochtet gaan naar onze zin
Wij namen wel een luttel min (met minder genoegen)
Dit kruis valt ons te zuur
Den boer, den boer heeft kwaad avontuur.
Na 1590 wordt de toestand langzamerhand beter. De Spanjaarden en hun hulptroepen zijn van de Veluwe verdwenen en de eigen troepen naar elders overgebracht. De rust is voorlopig wedergekeerd, het volk komt terug en kan met de wederopbouw beginnen.