Notitie voor: Willem Jans Schimmel
Huurde op 16 Jan 1723 thien mergen soo wey als hoyland aan de Houtenseweteringe te Houten van Jacob van der Meer, woonplaats Utrecht.
Huurde op 27 Nov 1728 tien mergen wey en hooyland, in vyff kampen, aan de Houtense Wetering te Houten van Jacob van der Meer, woonplaats Utrecht.
Huurde op 14 Mei 1735 10 mergen wey- en hooyland, in 5 kampen tussen de Houtense weteringh ende Hoin by Houten van Johan Cauwen, woonplaats Utrecht.
Huurde op 28 Apr 1742 10 mergen zoo wey als hooyland tussen Houtense weetering en de Hoin by Houten van Johan Cauwen, woonplaats Utrecht.
Naar waarschijnlijkheid steeds het zelfde stuk grond, waarvan de huur verlengd wordt.
Kocht op 25 Mei 1737, als gemachtigde van Esaye Gillot, 1 mergen hoyland aan de Heemstederbrugge te Wulven van George de Villegas (lieutenant collonel) (echtgenoot van Anna Charlotta Taets van Amerongen) (gemachtigde: Johan Carel van Wachendorf, advocaat hove van Utrecht).
Kocht op 14 Mrt 1739 huysinge met camera en boomgaardt, groot 4 hondt te Houten, ½ hond is erfpachtgoed van kapittel St. Jan te Urecht, van Hannes Willemse van Rossum, woonplaats Houten.
Verkocht op 18 Mei 1748 huysinge c.a. en 50 roeden landts te Houten (½ hond land is erfpachtgoed kapittel van St. Jan) aan Arien van Rumfs (Arien van Reumst, echtgenoot van Petronella van Westerhoff).
Op 4 Okt 1727 is de volgende akte opgemaakt:
Het begraven van Abram Jansz Bremaet geschiedt zonder aanvaarding van de nalatenschap. Getekend door Teunis Jansz Bremaet (voogd Johan Brughman, schout en gadermeester van Wulven), Willem Schimmel (wedunaar van Metje Bremaet), Johannes Schimmel (zoon van Willem Schimmel), Pieter Kreeft (echtgenoot van Maeygie van Straver, weduwe van Willem Jansz Bremaet) en Gerrigje Bremaet (dochter van Willem Jansz Bremaet).
N.H.-kerk te Houten:
22 oktober 1732: Rekening van Willem Schimmel als diaken (te Houten) wegens zijn ontvang en uitgaaf sedert de laatst gesloten rekening van barend de Kruijf van 22 oktober 1732 (vermeld onder de) ontvangsten (onder meer) het overschot van Barend de Kruijff zijn ontvang bij sijn weduwe Cornelia de Kruijf op 22 oktober 1732 voldaan 45 gulden en 14 stuivers.