Notitie voor: Christina van Veldhuisen
Op vrijdag 29 juni 1928 slaat het noodlot toe in huize Schimmel.
Het verhaal dat in de familie Schimmel de ronde doet is iets anders dan de krantenberichten uit die tijd vertellen.
Toch kunnen beide verhalen waar zijn en elkaar aanvullen.
Christina Schimmel-van Veldhuizen is waarschijnlijk bezig geweest met een vuil karweitje, iets verven of teren, waarbij haar lange haren bevuild zijn geraakt.
Ze zou haar haren vervolgens met wasbenzine hebben gereinigd, als ze plotseling bedenkt dat het eten staat aan te branden op het petroleumstel.
Niemand weet het, maar zo moet het ongeveer gegaan zijn.
Feit is dat ze in de nabijheid van het petroleumstel komt en vlam vat.
Ze holt in paniek naar buiten. Haar man Albert probeert nog met zijn handen de vlammen te doven, waarbij hij zijn handen ernstig verbrandt.
Christina, zwanger van haar tweede kindje, is zwaargewond en Alberts broer Willem Schimmel laadt haar en zijn gewonde broer Albert in zijn rijtuigje.
Hij vervoert hen naar het Diaconessenziekenhuis in Arnhem, waar Christina een week later, op 5 juli 1928, aan haar verwondingen overlijdt.5
Ook Albert moet, vanwege zijn verwondingen, in het ziekenhuis worden opgenomen.
Albert Schimmel is zo aangeslagen door het verlies van zijn vrouw dat hij de molen en het bijbehorende huis in Harskamp te koop zet.
Hij kan niet verder leven in het huis, waar hij zijn geliefde vrouw heeft verloren.
Nog geen twee maanden later, op 1 september 1928, verkoopt hij de molen en het molenaarshuis aan de gebroeders Gijsbert en Meeuwis Bouw.